Naar inhoud springen

Pagina:De Groote Schouburgh Der Nederlantsche Konstschilders En Schilderessen 1719 vol 2.djvu/150

Uit Wikisource
Deze pagina is proefgelezen
125
Schilders en Schilderessen.

Als Keizer Frederik voor eenig hondert jaren
Een groot en magtig heyr te zamen deed vergaren,
Op ’t ongeloovig Volk, den Turk en Zaraceen,
Rukt Floris, Hollants Graaf ook al zyn macht by een,
Met Willem zynen Zoon, byzonder uitgelezen
Van onze Borgery, en wat hier puik mocht wezen,
De bloem van onze jeugt. Dus zyn zy ’t zeyl gegaan
En doen in Palestyne, eene open haven aan.
Zy zetten voet op ’t land, en hebben steên met hoopen
En sterkten, met gewelt en stormen afgeloopen.
Wat leit ’er menig Turk en Zaraceen in ’t zant
Gevelt, en om gebragt, door Haarlems heldenhant?
En daar nu ’t moedig heir vast alles had verkregen
Naar wens in’t Heylig lant, door Godes ryken zegen,
Begeeft het zig te scheep, en dryft met zyne vloot,
Daar Damiaten leit aan Zee in Nilus schoot.

Die meer van dit oud Haarlems heldenbedryf belust is te weten, vervolge dit rym ’t geen geplaatst is, agter de beschryving van Haarlem door Schrevelius.

Wy hebben uit bevindingen opgemerkt, dat verscheiden van de grootste Lichten in de Konst door toevallen en anderzins, ontydig zyn uytgeblust. Voorbeelden tot bestempeling van myn gezegde zal de Lezer, om hier geen lyst daar van op te maken, op hunne plaats ontmoeten, waar onder PAULUS POTTER, geboren te Enkhuizen, in ’t jaar 1625 geen van de minste te agten is.
Hy is gesproten van overgrootmoeders kant uit het oud Adelyk geslacht en Huis van Egmont, als my by geschriften gebleken is.
Zyn Grootvader Pieter Simonsz Potter, Pen-

ning-