Naar inhoud springen

Pagina:De Groote Schouburgh Der Nederlantsche Konstschilders En Schilderessen 1719 vol 2.djvu/156

Uit Wikisource
Deze pagina is niet proefgelezen

Maar ik zal dit schadelyk monster, tot loon, ook een printje in wyen in myn Boekje van de Zinnebeelden, om het te doen kennen. Dog dit overgeslagen. De Heer Borgermeester Tulp, die dikwils in den Haag zynde kennis aan onzen P A U L U S P O T T E R gekregen had, wiens loflyk gedrag en Konst hem zonderling behaagde, ziende dat hy niet naar waarde van de zelve beloont wierd, lokte hem tot Amsterdam om voor hem te schilderen, met toezegging van zyn gunst: gelyk hy zig dan ook op den eersten van Bloeimaand 1652 t' Amsterdam met 'er woon begas, en schilderde verscheiden, zoo groote als kleine konststukjes, voor gemelden Borgermeester Tulp, zoo dat die in zyn tyd wel 't meest van zyn Konst bezat. Dit bevestigt Nicolaas van Reenen wonende in 's Gravenhage welke voortgesproten is uit de Weduwe van P A U L U S P O T T E R , in een brief aan my geschreven in Wintermaand 1716. Die vorder getuigt: Dat hy zyn Moeder dikwerf heeft h\ooren zeggen: Dat zy haar Man nooit ledig heeft gezien; dat hy zelf wanneer hy een uur voor haar over had om een wandeling te doen na buiten, altyd een tafelboekje in zyn zak by zig droeg; om als hy iets zag dat geestig was, en in zyn kraam konde dienen, straks dat voorwerp af te schetsen. Zyn kopere platen (waar van de printen onder de printlievenden bekent zyn, en in waarde worden gehouden) etste hy 's avonds by de kaars; om van zyn schildertyd niet te verletten. Men geloost (ik niet) dat hy door te naarstig schideren in een Teeringziekte verviel, en daar aan stierf in Loumaand 1654 pas 29 jaren oud. Hy is begraven in de groote Kapel tot Amsterdam, nalatende nevens zyn konstroem een Weduw, en een Dochtertje dat 3½ jaar oud zyn-