Naar inhoud springen

Pagina:De Groote Schouburgh Der Nederlantsche Konstschilders En Schilderessen 1719 vol 2.djvu/159

Uit Wikisource
Deze pagina is proefgelezen
132
Schouburgh der

Alle deze heeft de Son (den eenen vroeger den anderen later in levenstyd) op eenen dag beschenen; want Abrah. Bloemaart welke d’eerste op de Rol staat, geboren 1564, heeft noch geleeft na Paul. Potter die gestorven is in ’t jaar 1654. En de konstlievenden hebben zig ’t effens door ’t zien van zoo menigerhande konsttafereelen konnen vermaken.
Bedenk nu eens hoe groot een getal van mindere lichten zich in dien ruimen tusschentyd aan den Nederlandschen Konsthemel hebben doen zien, en in hoe kleen getal thans de zelve bevonden worden; Ja hoe schaars die zyn welke als de volle Maan by de Starren afsteken. Zoo moet men zich over de ledige plaatzen die men in de oeffenschool van Pictura meer en meer bevint bedroeven. En met reden, daar men ziet, dat verscheiden deelen van de konst afgescheurt, met hun loffelyke bewerkers ten grave gedaalt zyn, buiten hoop dat de zelve schooner verryzen zullen. Wie is ’er in ’t Zee- en Scheepschilderen naa de dood van Parcelles, Bakhuizen, W. vanden Velde en Everdingen op gestaan? wie in ’t schilderen van tam Vee naa de Dood van Berchem, Potter, A. van den Velde, en vander Does? Wie in ’t schilderen van Paarden naa de Dood van Wouwerman en van Lint? Wie in ’t malen van Boere en Soldateleven naa de Dood van Brouwer, Ostade, Bega en Teniers? Wie in ’t schilderen van Kerken en Gebouwen naa de Dood van Em. de Wit, vander Heyden en de Berkheydens. Die hun gelyk is of hen overtreft? Brave Schilderjeugt, dit moet u een spoor zyn waar door gy geprikkelt de konstschool van Pictura met meerder yver helpt opbouwen. Missen veel deelen van de konst hun bewerkers, en is het getal der Konstoeffenaars

zoo