Deze pagina is proefgelezen
133
Schilders en Schilderessen.
zoo talryk niet als wel voor heen; wat raad? gy hebt ’er thans weer die op den hoogsten trap van de Konst gestegen, de vorigen overtreffen, zoo ver als die de eerste uitvinders der Konst, in kracht en schoonheit hebben overstreeft, daar dit vaars van Arn: Nachtegaal op ziet:
Thans bloeit de Schilderkonst veel schooner als voorheen:
Dan toen een slegte [1] Maagt door de ommetrek alleen,
Haar deedt den titel der onsterflykheit verwerven;
Nu ze ondersteunt wordt door een’ ryken schat van verven,
Haar door Natuur verleent; die zy zelf achterhaalt;
Zoo verre dat ze ons haest met zyn, voor schyn betaalt.
Dan toen een slegte [1] Maagt door de ommetrek alleen,
Haar deedt den titel der onsterflykheit verwerven;
Nu ze ondersteunt wordt door een’ ryken schat van verven,
Haar door Natuur verleent; die zy zelf achterhaalt;
Zoo verre dat ze ons haest met zyn, voor schyn betaalt.
Wy hebben gezien wat een groot getal van Konstfakkels de Nederlanden hebben bescheenen, in een bestek van min als 100 Jaren, en dat het getal thans zoo kleen is, dat tot verscheiden deelen van de konst geen oeffenaars gevonden worden. Zoo my ymand vraagde wat de reden was, ’k
zou
- ↑ Maagt.] de Dochter van een Pottebakker Deburates genaamt. Deze verlieft op een jongeling, trok met kool den buitekant der schaduw na, welke de Kaars van zyn wezen maakte dat van ter zyde gedraait stont op den muur, om hem hier door altyts voor oogen en in gedachten te houden. Dit verhaalt Plinius in zyn 34 Boek in ’t 12 kap. die vorder zeit: dat zy door dikwils dien omtrek naar te maken, zoo veer kwam dat zy zulks buiten het voorwerp by het denkbeeld konde doen, zelf ook naderhand ondernam andere wezens uit de hand door een kenbare omtrek te verbeelden, en dus de eerste beginselen der Konst geleit heeft.