vertaling van Horatius heeft de oorzaak van het verval der Dichtkonst, ’t geen wy op de Schilderkonst toepassen, met een zachter borstel gedoodverft; en ’t komt hier op uit dat de beminnaars aankweekers en begunstigers der konsten, die volgens de spreekwyze van Gratiaan by den Wind, en de Schilders by Koorenmolens konnen vergeleken worden, die door de zelve aan ’t malen geholpen worden, zoo weinig in getal zyn, van tyd tot tyd sterven, en geen nieuwe worden aangekweekt: Dat den Kinderen van vermogende menschen de oeffening der konst en wetenschappen word onttrokken, de gront waar uit de liefde en zucht tot de zelve, en eindelyk de kundigheit geboren word, die nu in tegendeel daar geen weet af hebben, waarom dan gemelde Pels reden vint om te vragen:
In plaats van boeken vol geleertheit door te leezen,
Leert zy ’t verschillen van dry vyfde, en vyf oktaaf
Percento, en die dit kan reek’nen, dat gaat braaf,
Roept luidskeels man en maagt; ’t is ’t liefste van myn’ Kind’ren,
Zegt Vader: want hy zal het zyne niet vermind’ren;
Hy weet de rekening van Intrest, en Rabat
Net op te maken; hy verstaat zig op ’t Barat.
Maar meent men, als die roest, en zorg van gelt te winnen
Eens ingevreeten, en doorkankert heeft de zinnen,
Dat iemant mooglyk, in zyn Konstwerk, menig jaar,
Of eeuw na zyne dood zou leeven? ver van daar.
Oudtyts ging het anders. Onder de Egypte-