Naar inhoud springen

Pagina:De Groote Schouburgh Der Nederlantsche Konstschilders En Schilderessen 1719 vol 2.djvu/163

Uit Wikisource
Deze pagina is niet proefgelezen

naars was deze Konst in zoodanigen aanzien, dat zelf de magtigsten hunne Kinderen die geduurig lieten oeffenen. Van gelyken deden ook de Grieken. Zelf was 'er een wet, dat niemant zig tot het schilderen begeven mogt, dan die een vrygebooren en van een eerlyk geslagt was. De wyze Solon, ziende dat de inwoonders van Athenen, die toenmaals in vrede zaten, meer en meer tot ledigheid vervielen, stelde een wet in, dat zoodanigen Zoon niet en zoude gehouden wezen zyn Vader te onderhouden, die hem in een konstelooze onwetentheid had opgevoed. Daar nu het tegendeel in gebruik komt, hoeft men zig niet te verwonderen dat het getal der genen zoo klein werd, welke de Konst en hunne bewerkers agting toedragen. Het schynt, zeit Sidonius Apollinaris, als door een natuurlyk gebrek in de harten der menschen ingeprent te zyn, dat die genen welke de konsten niet en verstaan, ook van de Konstenaars weinig werks maken. Waarom ook W. Goeree niet onaardig met dit opzigt gezeit heeft. Ten kan ook niet wel wezen, dat iemant, geen smaak in de vrugt hebbende, den boom zoude in eere houden. Hier meê willen wy eindigen en den Lezer tot de levensbedryven der volgende Konstschilders leiden. [Hercules Segers] Hier aan laten wy volgen den ongelukkigen H E R C U L E S S E G E R S , wiens geboortetyd wy niet weten, maar om dat S.v. Hoogstraten melt in zyn Calliope, dat hy bloeide of eer verdorde, in zyn eerste groene jaren, dagt ons voeglyk te wezen, hem voor gemelden Hoogstraten op het Toneel te brengen. Hy was een man van goed begryp en oordeel, ryk van gedagten, en overvloedig in meniger-