Naar inhoud springen

Pagina:De Groote Schouburgh Der Nederlantsche Konstschilders En Schilderessen 1719 vol 2.djvu/166

Uit Wikisource
Deze pagina is proefgelezen
139
Schilders en Schilderessen.

betaalt. En wat was de rede? men wildeze hebben toenze schaars te bekomen waren, en de maker zig zelven van mistroostigheid in den Tyber verdronken had.
Fr. Heerman verhaalt in zyn Gulde Annotatien, dat Albert Durer met Keizer Maximiliaan in een zekere Stadt kwam, daar hem de Keizer een konstig beschildert Tafereel liet zien, en gevraagt wat hem daar van docht, zoo vergat hy uit verwonderinge over het zelve te spreken, en noch te meer als hem gezeit wierd: De man, die dit stuk gemaakt heeft, is van armoe in ’t Gasthuis gestorven. Waar op de spreuk: Dat de konst by wyle om brood gaat bedelen, moet gepast worden.
Waarom ook diergelyk een ongelukkige Konstenaar zeide: Wie weet, zoo ik ’t hoedemaken had geleert, of de Natuur (om my overal in dwars te wezen) de Menschen dan niet zonder hooft zoude hebben geschapen?

Hem volgt
JOHANNES VAN KESSEL, geboren te Antwerpen in ’t Jaar 1625. Deze (elk volgt doch zyne natuurlyke geneigtheid) had zig gesteld op het schilderen van alle soort van Bloemen, die de milde natuur voortbrengt, ook ongepluimde dieren, en voetelooze Zee, en landschepzelen in ’t kleen, zoo uitvoerig konstig en net, als Jan Breugel heeft konnen doen. K. de Bie, zeit tot verheffing van zyn penceelkonst, dat hy heeft

Het leven en Natuur zoo weten uit te drukken,
(Ten waar dat Konst bedriegt) men zou ze willen plukken,
Zoo geestig, schoon, en fris, staat elke bloem, by bloem,
Op ’t kragtigst uitgevoert, en draagt van Kessels roem.

Hoe