Wat nu vorder onzen Gerard Dou aanbelangt, hy schilderde alles met de grootste lydzaamheit, en gedult naar โt leven, door een met draden ruitswyze bespannen raam; een behulp voor die zig het uit de vuist teekenen, niet toebetrouwen. Doch deze kruk is (om dat men zig daar aan door traagheid van veel te teekenen, gewende) by yder verbannen; waarom ook myn meester Hoogstraten zelf โt gebruik van den passer (behalven daar โt noodwendig was, als in gebouwen) wraakte, zeggende: Men moest het oog tot passen gewennen.
JOACHIM SANDRART, schryver van de ๐ฟ๐๐๐๐๐๐๐ ๐ฌ๐๐๐๐๐๐๐ verhaalt: dat hy met P van Laar anders Bamboods, Ger. Dou eens ging bezoeken, die hen wel ontfing, en vertoonde, โt gene hy van zyne konstwerken zoo ten halven als ten vollen voltooit had, โt welk zy prezen, en inzonderheid zyn gedult in โt bewerken van een bezemstok; daar op hy antwoordde, dat hy noch wel drie dagen werk daar aan hadde. In dien tyd had hy geschildert het Pourtret van den Konstminnenden Heere Spiering zittende als voor of in zyn Kabinet, daar nevens aan zyn Vrouw, en zyner Vrouwen Moeder die haar een boek overreykte, โt welk zoo verwonderlyk uitvoerig geschildert was, dat men het naaulyks alles met de oogen konde zien (waarom hy ook al van zyn 30ste jaar af vergrootglazen gebruikte) doch was niet heel gelukkig in de gelykenis der wezens: en gemelde Huisvrou van den Heere Spiering verklaarde dat zy voor de eene hand die op den leenstoel rustte vyf dagen had gezeten. Dit benam den menschen den lust om zig van hem te laten uitschilderen; waar om hy ook wel meest eigen ordonantien gemaakt heeft, daar hy veel stilleven in te pas bragt, en โt leven โt geen
| A2 | hy |