met hem beter uit dan hy by zig zelven gedacht had; want hy bevond het spreekwoort bewaarheit; dat alle liefhebbers geen kenders zyn.
Hy stierf als ik myn geheugen na ga in het begin van ’t Jaar 1674, naar ik gis, ontrent 50 Jaaren oud zynde. Hy was in ’t Konstgenootschap gekomen in ’t Jaar 1655.
Zoo men door naarvolging van de voorbeelden der oude Schryveren, de gedagtenisse van mannen en die iets byzonders boven het gemeen in hun levenstyd verricht hebben, onuitwisselyk wil maken, en door de pen en Drukpers aan de schakels der Eeuwigheit kluisteren, verdienen het in de eerste plaats zulke, die iets ten dienste en nut voor ’t algemeen hebben uitgewerkt, door Wapenen, Konst of Pen; onder de laatste mag SAMUEL van HOOGSTRATEN Schilder en Schryver van ’t Schilderboek genoemt, de zichtbare Waerelt geteld worden. En zoo myn pen wat ruimer in des zelfs levensbeschryving, als wel in andere, uitweid, met wyte het de verplichting, die ik zedert dat ik de eer van zyn onderwys in de Konst gehad heb, in myn boezem heb gedragen; waar van ik my nu zal ontlasten, als die my niet schame te zeggen, dat hy myn leermeester geweest is, en ik den grontslag van al wat ik in de Konst weet aan hem verschuldigt ben.
Hy is geboren te Dordrecht in het Jaar 1627, of hy ook noch andere leermeesters in zyn vroegen tyd buiten zyn Vader gehad heeft weet ik niet, maar wel dat hy ook de Konst by Rembrant van Ryn (want dezen noemt hy, na de Dood van zyn Vader Theodoor, zyn tweeden Meester. In zyn Boek van de Schilderkonst p. 257) geleert heeft, wiens