wyze van schilderen hy noch eenigen tyd aan de hand hield, en allengskens, zig daar van weer ontwende, en eindelyk een geheele andere wyze van schilderen aannam, ook zig begaf tot het schilderen van pourtretten, daar hy eenen gelukkigen voortgang in maakte, zoo in den Haag, daar hy eenige Jaren gewoont heeft, als ook te Dorderecht. En gelyk hem Pictura met gonst en voordeel streelde, zoo vleyde hem de Dichtgodin aan den anderen kant met glory. Beide schenen zy hem even minnelyk te bejegenen, gelyk hy ook de eerste weder beminde en de tweede niet veragtte. De eerste offerde hy zyn beste uuren, de tweede zyne uitspanningen op, gelyk hy niet duisterlyk te kennen geeft aan den berisper in de voorrede van zyn Boekje de schoone ROSELYN 1650 gedrukt. Hier breng ik Roselyn op ’t tooneel, hoe wel ’t gevaarlyk is hare schoonheit yders oordeel t’onderwerpen. De groote Poeët, die zyne morgezangen den ganschen dag schaafde, bleef niet onberispt; hoe zou ik, die den ganschen dag een andere Godin gedient hebbende, in ’t ontkleeden eerst om Roselyn gedagt heb, vry zyn? En wat lager: Daarom heb ik zoo weinig tyd, als mogelyk de allerstemmigste van u tot wellust neemt, hier toe laten heenglyen. De Poëzy is een zuster van myn Godinne Pictura, dies halven heb ik wel verandering in de behandeling, maar niet in ’t verstant begaan, overwegende en beschouwende de onderscheide werkingen en driften der menschen.
Hy werd door eenen byzonder nayverenden Geest gedreven tegens de Konstenaren, niet als veeltyts (dat verfoeilyk is) geschiet uit een opwellende drift van haat tegens de Persoonen en hunne blinkende voordeelen, maar uit een yver-
Pagina:De Groote Schouburgh Der Nederlantsche Konstschilders En Schilderessen 1719 vol 2.djvu/183
Uiterlijk
Deze pagina is proefgelezen
156
Schouburgh der
zugt,