Naar inhoud springen

Pagina:De Groote Schouburgh Der Nederlantsche Konstschilders En Schilderessen 1719 vol 2.djvu/185

Uit Wikisource
Deze pagina is proefgelezen
158
Schouburgh der

zelve lang bezag, doch echter zich bedrogen vont, en daar op zeide: Dit ist der eerste Maler die mir betrogen heeft. En liet hem voorts aanseggen: Dat hy tot straf voor dat bedrog dat stuk niet zou wederom krygen, maar hy het voor altyt wilde bewaren, en in waarde houden. En schoon ’t schilderen van diergelyke dingen, in dien tyd goed voordeel aanbracht, zoo had hy te grooten geest, om zich daar mee op te houden, maar maakte voornamentlyk zyn werk van Pourtretten, Historien en Perspectiven in Kamers (waar toe dan een gat in den muur buiten het vertrek om door te zien gemaakt werd) te schilderen. Ik heb ’er verscheiden gezien, die in een kleen vertrek geschildert, een geheel paleis, met overwelfde bogen, en Galeryen, onderschraagt van marmere kolommen vertoonden. Hy had een prysselyke behandelinge in zyn pourtretten, en was gelukkig in het geven van een kennelyke gelykenis, als inzonderheit blykt aan het laatste stuk van de Munters binnen Dordrecht, dat in dien tyd, als ik by hem leerde, geschildert is, die ik alle gekent heb, en waar van sommige nog leven. Daar en boven had hy een manier van vet in de verf te schilderen, een wyze van doen, waar door de stukken lang hunne volkomen kracht en koleur behouden. Wat zyne Historien aanbelangt, die zyn doorgaans prysselyk, welstandig, en van een goede houding, en de konstkenners hebben ’er nooit iets tegen gehad, als dat de koleuren, in de kleederen inzonderheit, te enkel en onvermengt gebruikt zyn, en hy in de laatste jaren van zyn leven, om onverstandigen tot zyn voordeel te vleyen, somtyts dingen in zyn stukken gebracht heeft, die hy in zyn Boek van

de