heeft angst) niet weet welk hy voor het konstigst zal verkiezen. Naar deze heeft hy ook een Reis naar Engeland gedaan, op welken togt de zinryke Dichter Heiman Dullaart, die nevens hem ook konstig schilderde, deze regels schreef: Aan den Wint. Ai voer, gezwindelyk een' konstheld ryk van stralen, Gewoon by d'edlen dag van Vorstengunst te malen, Daar hem 't verpligt Geluk met opene armen wagt: Op dat hy, wiens penceel een onverganklyk leven Aan zoo veel and'ren gaf, aan meerd'ren nog moet geven, Niet van de Dood uit wraak door schipbreuk word verkragt. Hem was ook gedagtig zyn vrient Abraham van Groeningen, een fraai vernuft, die hem met een geestig Klinkdicht geluk op reis wenschte. Hy is met Eer en Voordeel, het doel der Konstenaren, weder in zyn Vaderland gekomen, om de rest zyner dagen, wars van meerder gewoel, en met zyn lot te vrede, in de Konstoeffening en schryven door te brengen. Gelyk hy dan nog bezig was met zyne twee Boeken, de Zigtbare't welk gedrukt is, en* Onzigtbare Waereldte voltooijen. Toen ik onder zyn opzigt besteld was; zoude ik de eer gehad hebben, van nevens hem het plaatwerk tot het Boek van de Schilderkonst te etsen, ten zy een ander Discipel, die
Die als nog in rollen leit opgesloten, tot ik deze buiten bezigheid geëindigt heb, zullende dan de laatste hand daar aan leenen, om ze in 't ligt te brengen,