hem zyn leven dog wilde verschoonen, en hem deur laten, dewyl hy niet misdaan had. Op dit misbaar schoten sommige menschen toe, die na zy de zaak gehoord hadden, den Bedelaar hielpen belezen, tot zig te laten afschilderen, en onderrigten hem zoo wel, dat hy 't eindelyk bewilligde, dog schoorvoetende, en traag, gelyk de veroordeelden de leer opklimmen, om Ridders gemaakt te worden van de Hennepe Koord. Men kreeg den Bedelaar dan met veel stribbelinge tot zitten, in zulk een postuur als d'afschetsing op den doek dat vorderde: maar hy zat met zulk een vrees, en onsteltheid, als of hy St. Pieter zelf geweest was; en wat belofte men hem naderhand deed, om andermaal te zitten, hy wilde niet weer komen, daar hy waande den Duivel en de Dood gezien te hebben. Men kan hun beider Beeltenissen zien in de Plaat G. die van S.v. Hoogstraten boven, en die van zyn Broeder onder, nevens de beeltenis van Joh. Lingelbag, op de regte hand. [Ossenbek] In dezen tyd leefde een Konstschilder van Rotterdam OSSENBEK genaamt. Van zyne stukken zyn schaars eenige in Holland te zien, aangezien hy zyn meesten levenstyd in Italien heeft doorgebragt. Hy schilderde op de wyze van Bamboots verscheide geslagten van Beesten, en Beeldjes, en schikte de bywerken of agterwerken zoo vremt met Grotten, vervalle Roomsche Gebouwen, Watervallen en dergelyke zoodanig naar den Italiaanschen aart, dat men van hem, zeide. Hy heeft Rome met zig meê gebragt. Ook meld S.v. Hoogstarten in een Brief geschreven uit Wenen den 9 van Oegstmaand 1651 van eenen LUIX (maar
Pagina:De Groote Schouburgh Der Nederlantsche Konstschilders En Schilderessen 1719 vol 2.djvu/197
Uiterlijk