Naar inhoud springen

Pagina:De Groote Schouburgh Der Nederlantsche Konstschilders En Schilderessen 1719 vol 2.djvu/20

Uit Wikisource
Deze pagina is proefgelezen
5
Schilders en Schilderessen.

gelts gekocht hadden uit het beruchte kabinet van den Heer de Bie, zyn grooten Mecenas. In het zelve stont verbeelt een Vrouwtje met haar Kintje op den schoot, en een meisje dat met het zelve speelt. Dit stukje is naderhant door Koning Willem uit Engelant vervoert en op ’t Loo geplaatst, maar waar het thans is weet ik niet: maar wel dat het grootste van zyne konstwerken thans in Hollant bekent, tot Amsterdam by de Weduw van den konstlievenden Jakob van Hoek hangt, zynde binnen de lyst gemeten hoog 3 voet, en breed 2 voet 6 duim. Daar worden in verbeeld twee kamer vertrekken. In het voorste, dat een konstig geschildert tapyt tot een voorhangsel heeft, vertoont zig een Vrouwtje dat een Kintje de borst geeft, daar nevens een wieg en ander teenwerk, een tafel met een tapyte kleetje, en op dezelve een sierlyk zilver verguld lampet, een kopere kerkkroon en meer ander stilleven. In het tweede vertrek doet zig een Barbiers winkel zien, een Boer die van de huig wort gelicht, daar een oud besje by staat te huilen, met nog meer andere beeltjes. De twee opslaande deuren vertoonen aan de eene zy een Studeerkamer en daar in een oud Man die by kaarslicht de pen versnyt. Aan den anderen kant ziet men een schryf en rekenschool met kinderen aan verscheiden tafels, die overkonstig door verscheiden kaarsen, en een lantaren beschenen worden. ’t een en ander, en elk in ’t byzonder, is natuurlyk konstig, kragtig en zoo uitvoerig geschildert als het kan bedacht worden. De buitenkant der deuren die dit konsttafereel sluiten, is konstig beschildert met de beeltenissen van de vrye konsten, in ’t graau door Coxie.
’T is te beklagen dat ’s mans vernuft niet op

groot-
A2