Naar inhoud springen

Pagina:De Groote Schouburgh Der Nederlantsche Konstschilders En Schilderessen 1719 vol 2.djvu/205

Uit Wikisource
Deze pagina is proefgelezen
176
Schouburgh der

immers konnen ramen dat het eene Petrus, en het andere Maria Magdalena verbeeld, zoo men by d’eerste niet twee sleutels, of den Haan, en by de tweede een Balzemfles verbeeld ziet? maar wil de Schilder den Petrus tegens andere voorbeelden verleelyken of de Magdalena vermooyen zulks werd den Konstenaar toegestaan. Gelyk ook wanneer het Penceel tegen de waarheid aan Andromeda (die een Morinne was) lelyblank vertoont, daar Perseus haar verlost van de rots, en de kaken van ’t Zeemonster: om dat de Schilderyen dienen tot verlustiging der oogen, en sieraad der wanden, daar een Lelyblank naakt, by een Molswartvel veel in voor uit heeft. Met noch meerder vryheid machmen Jupiter verbeelden met den halfvoldragen Bacchus, (gered uit het vuur dat zyn Moeder Semele verteerde) in zyn arm (gelyk wy ’t hier dus in print verbeelden) schoon de Fabel zeit: dat hy ’t Kind in zyn Dye verborg en voedde; om dat uit het vervolg van deze Fabel blykt, dat Jupiter Bacchus heeft ter opvoedinge bestelt by de Nimfen, die zeker gedeelte van een Berg by de Stad Nysa, in Indien bewoonden, welke in de Griekse tale Meros geheeten word, het welk ook een Dye beteekent. Zie L. Smits in zyn Kantschrift op Nasoos Hervorm. p. 79.
Vele Historien brengen hare eigen sieraden en kenbaarheit mee, en geeven den Konstoeffenaars gelegentheit om de zelve op verscheiden wyze te konnen verbeelden, door den zwier der omstandigheit die de zelve nasleepen, en uit de menigvuldige veranderingen die zig daar in opdoen. Nochtans moet een Konstschilder de zelve vertoonen in dat tydstip, daar in de zekerste kentekenen zich opdoen, en waar door men aan de

ver-