verbeelding ten eersten ziet wat het verbeeld. En zoo min als het te pas komt, dat een gemeen soldaat in den drang zyn Veldoversten niet zou kennen, zoo min voeglyk is 't ook, alsmen den Veldslag by voorbeeld tusschen Darius en Alexander vertoonde, dat men ramen moest wie Alexander was, zonder naar zynen Buchephalus om te zien. Wyl de dapperheid van wezen, en bekleedinge dit moest aanwyzen. Dog een Konstschilder mag zig van dusdanige duidelyke byvoegzelen, die men by alle voorwerpen zoo voordeelig niet vind, bedienen. 'T gaat in dit geval met de Schilderkonst, als met de Toneelspelers. Hoe natuurlyker zy de persoonen, in welker plaats zy op den Schouburgh verschynen, in bekleding en zwier weten te verbeelden, hoe meer genoegen zy d'aanschouwers daar door geven. * Moliere, wanneer hy den eigezinnigen natuuronderzoeker Jakobus Rohault wilde ten Toneel voeren, wist deszelfs hoed, op een vremde wyze geplooit, ter leen te krygen. Dien zelven hoed deed hy den speelder zoo wel gebruiken, dat al de aanschouwers meenden, dat Rohaultzelf op het Toneel verscheen, en behaalde hier door grooten roem. Zoo iemant zeggen mogt, datmen zulk behulp niet altyd aan de hand en gereed heeft, dien geef ik tot antwoord: Dat zulken welker beeltenissen op penningen en in marmer afgebeeld zyn, den zwier hunner bekledingen daar by aanwyzen. Hulp genoeg is den Konstschilders, schoon
- J.B. Mencken, in zyne Redenvoer, over de zotte kuuren der Geleerden.