Naar inhoud springen

Pagina:De Groote Schouburgh Der Nederlantsche Konstschilders En Schilderessen 1719 vol 2.djvu/209

Uit Wikisource
Deze pagina is proefgelezen
178
Schouburgh der

zy niet altyt gelegentheit hebben om zich van de marmere beeltenissen te bedienen, aan de hand door de Graveerkonst.
De beeltenissen der oudste en geachtste Konstschilders Apelles, Zeuxis, Nicomachus, Phidias, Pauzias enz. helthaftige en beruchte Vrouwen als Semiramis en meer andere, ook d’aloude Filosofen en Dichters, zoo Grieken als Latynen hebje in de boeken van Joach. Sandrart, en in de Griekze oudheden van Tom. Stanley, en Kennet, met aanwyzingen in wier Konstkabinetten de zelve voor den verslindenden tyd geborgen zyn; als de Beeltenissen van Aristoteles, Socrates, Plato, Zeno, Antistenes, Diogenes enz.
Ovidius, Virgilius, Horatius, Tasso, en andere Italiaansche en Latynse Dichters vintmen nevens andere beruchte Mannen als Seneca, Cicero enz. gevolgt naar hun marmere borstbeelden op de Tytels van hunne beruchte werken: de Roomsche Cezars gevolgt naar hunne Muntbeeltenissen by Joach. Oudaan, by Bogaart in zyn Roomsche Monarchy, en inzonderheit de eerste XII in de printverbeeldingen van Titiaan. Eindelyk de waardige beeltenis van onzen Heilant Jesus, naar de geloofwaardigste afbeelding, overeenkomende met de beschryving die Pilatus daar van gegeven heeft in een brief, gezonden aan den Roomschen Raad, in de Kerkhistorie van Ireneus geboekt. In de Kerkl, en Waerelt. Historie van W. Goeree vint men de beeltenissen van Herodes den Kindermoorder, Herodes Antipas, met Herodiae, Esopus en anderen meer. Zeker wanneer de eigen Beeltenissen in d’oude Historische verbeeldingen wierden waargenomen, zouden de beleezen Konstminnaars, inzonderheit de liefhebbers van Medalien, en an-

dere