Naar inhoud springen

Pagina:De Groote Schouburgh Der Nederlantsche Konstschilders En Schilderessen 1719 vol 2.djvu/216

Uit Wikisource
Deze pagina is proefgelezen
183
Schilders en Schilderessen.

van Socrates, en op den benedegront voor de Nis het marmere Borstbeeld van Diogenes, zoo als het onder andere outheden te Rome in ’t Vatikaan gezien wort. Wy hebben een bassenden Hont (het sinnebeelt van zyn bytenden aart; waarom hy ook met den bynaam van Cynicus Hontschen bekent is) daar nevens aan verbeelt, en eindelyk doen zig de gemunte Beeltenissen van Cleopatra en M. Antonius onder aan zien.
Menigerhande opmerkelyke gevallen leveren ons de schryvers van Philippus, en Alexanders levensbedryven, die een Konstschilder stoffe geven tot verbeeldingen: ’t zy dat hy den Waereltvorst voor de tent van Darius doet verschynen, of daar hy Diogenes aandoet in zyn ton op de markt van Athenen. Om dit laatste, dat dikwerf verbeelt wort, hebben wy ook het Borstbeeld van dien Filosoof in dit tafereel ingelast.
Lust het een Konstschilder, de laakbare ontmoeting die Socrates van zyn booze Xantippe met [1] lydzaamheid verdroeg, te verbeelden, men doe hem buiten gemoetsdrift, terwyl hy van boven uit het venster met water begoten wort, naar om hoog zien, en bediene zig van de eygen wezenstrekken, waar door hy onder de penningkundigen bekent is.
Of lust hem treurstof, en wil hy by voorbeeld de

mar-
M 4
  1. ↑ Lydzaamheid] welke daar in bestont dat hy zonder eenige drift, of weder schelden, alleen tegens haar zeide: ik had wel gedacht dat na een stormbuy van scheldwoorden een stortregen volgen zou. En als iemant hier over verwondert zynde tot hem zeyde, hoe hem mogelyk was zulks te verdragen? dien gaf hy tot antwoord: kont gy ook het gekakel van de Hoenders wel beletten die over de werf loopen?