zyn medeleerling by van Kampen aan, om een reys naar Romen te doen. Het stuk ging aan onder hun zessen, waar van ’er een op de reys stierf, zommige in Italien bleven, en Otto en Mathias wederkwamen, na dat zy daar twee jaren waren geweest, in ’t Jaar 1650.
Mathias Withoos, wiens wyze van schilderen by die, welke een gelyke verkiezing omtrent de voorwerpen der Konst hadden, merkelyk in zuiverheit van penceel doorstak, raakte hier door in de gunst van den Kardinaal de Medicis, voor wien hy wel ’t meest, zoo lang hy te Rome was, schilderde. Doch niet tegenstaande hy het ’er wonder wel hadde, dreef hem de zucht tot zyn Vaderlant weder te rug, zoo dat hy tot zyn verblyfplaats Amesfoort verkoos in ste van die waereldstadt, waar hy bleef tot den Jare 1672, wanneer hy met ’er woon (om de Francen die toenmaals in Uitrecht en daar omstreeks indrongen, en hunnen moetwil t’ontgaan) vertrok naar Hoorn in Noorthollant: te meer noch om dat hy vier dochters hadde, en geen gevaar daar omtrent wilde afwagten. Hy was een man bezadigt van drift, goedaardig, en zyn Dochter, die my dit verhaal gedaan heeft, verklaarde dat zy dikwils zyn koud gebeente had beschreyd, als zy bedacht met wat een teedere liefde hy zyne kinderen plag te beminnen. Hy ging zelden in herbergen of gezelschappen, maar was dag aan dag, wanneer hy gezont was, vlytig en yverig aan zyn beroep: want de jicht plaagde hem zoo geweldig dat hy dikwils twee, drie, en meer maanden op een Jaar niet iets in de Konst verrigten konde; het geen ook Jan Pieterzen Zomer, Makelaar in de Konst tot Amsterdam, die hem tot het laatst van zyn leven ge-
Pagina:De Groote Schouburgh Der Nederlantsche Konstschilders En Schilderessen 1719 vol 2.djvu/220
Uiterlijk
Deze pagina is proefgelezen
187
Schilders en Schilderessen.
kent