Naar inhoud springen

Pagina:De Groote Schouburgh Der Nederlantsche Konstschilders En Schilderessen 1719 vol 2.djvu/224

Uit Wikisource
Deze pagina is proefgelezen
191
Schilders en Schilderessen.

bers van de Konst was, en gelegentheit vont om over het schoone, de ziel van de Konst, te spreken.
Hy is tot Alkmaar gestorven, ongetrout, na dat hy acht of tien jaren daar gewoont, en weinig geschildert had.

In die zelve Jaar 1627 werd tot Haarlem geboren .... ROESTRATEN. Deze heeft de Konst geleert by Frans Hals, wiens Dochter hy ook naarmaals getrout heeft: de zelve welke den potzigen Adriaan Brouwer, wanneer zy noch jong was, bescheet, en die van Brouwer weer bescheten werd. Mic. Carreé die in den jare 1695 in Engelant woonde, en gemeenzamen omgang met hun hield, heeft my gezegt, dat hy ’t dus uit hun beider mond, dikwils om de klucht, heeft hooren verhalen. Dat de Vrouw van F. Hals, iets anders te doen hebbende, aan Brouwer, die toen nog jong was, en by F. Hals de konst leerde, belaste het kint te torschen op dat het onderwyl niet kryten zoude. Brouwer sprong daar mee om zoo hy best kon, en droeg het dan op zyn arm, dan op zyn schouders om het zelve te stillen, en schokte het zoo lang dat het hem eindelyk van boven tot onderen bevuilde. Brouwer dus bestelt, ley het kind op den vloer, streek zyn broek af, en betaalde het zelve met gelyke munt. De Vrouw daar op inkomende ziende dit klugtig bedryf aan, vraagde wat hy dee? die hy tot antwoord gaf: Wy beschyten malkander.
Roerstraten was een braaf schilder van pourtretten en stillevens, inzonderheit Zilverwerk, Schotels, Vazen, Schalen enz, die hy zoo natuurlyk door ’t Penceel wist na te bootzen, dat het natuurlyk Zilver scheen te wezen. Aan het laatste

hielt