Bouwkundig werd, 't geen hy uit verscheiden stalen naderhand in zyne pencee werken heeft doen blyken. Te Venetien was zyn penceelkonst inzonderheid gewilt, en hy door de zelve, en door zyn hups gedrag by alle grooten bemint. Na dat hy dus den tyd van tien jaren in Italien had doorgebragt, schryft du Pilé, (maar zyn Zoon de Heer Willem Verschuring meld in een brief aan my geschreven van vyf jaren) keerde hy te rug na zyn Vaderland; dog volbragt toen zyn voornemen niet; want nemende zyn reis door Zwitserland op Vrankryk ontmoette hy tot Parys den Zoon van den Heer Borgermeester Maarzeveen, die een speelreis naar Italien ging doen. Deze lokte hem (zonder veel moeite) van zyn voornemen af, om hem te verzelschappen in Italien, gelyk hy deed. Hy bleef daar drie jaren, en kwam eindlyk in den jare 1662 in zyn geboortestad Gorkom gezont, en vol schildervuur (om aan alle Konstminnenden te doen zien wat hy gevorderd was) met voornemen van daar zyn rust te nemen. Hy zette zig zonder lang dralen tot het oeffenen van zyn Konst, daar hy straks beminnaars toe vont, dat hem den lust meer en meer deed wakkeren, en dus geen moeiten ontzien om de byzondere voorwerpen, daar zyn Konstzugt op doelde, na te sporen. Dus begaf hy zig gints en herwaard in de legerplaatsen en waar schermutselingen(inzonderheid onder de Ruitery) voorvielen; waar hy dan een afschetsing maakte in een Boekje dat hy tot dien einde altyd by zig had. Inzonderheid vond hy daar toe gelegenheid aan de hand in de jaren 1671 en 72, agtgevende op de wyze van Camperen, orde in vegten, aftrekken, vlugten, en uitplonderingen der dooden en gekwetsten na den
Pagina:De Groote Schouburgh Der Nederlantsche Konstschilders En Schilderessen 1719 vol 2.djvu/227
Uiterlijk