Naar inhoud springen

Pagina:De Groote Schouburgh Der Nederlantsche Konstschilders En Schilderessen 1719 vol 2.djvu/23

Uit Wikisource
Deze pagina is proefgelezen
8
Schouburgh der


Ook is by Henderik Nolleman van hem een groot stuk te zien, zynde een Boerekermis, geestig van schikking en vinding van allerhande potseryen, en agter het zelve een konstig Lantschap.
Tot Egmond op de Hoeve by den Heer A. le Fevre is van zyn penceel een groot Tafereel van Cebes, en in ’t zelve de Beeltenis van den vermaarden Wiskonstenaar Adriaan Matius, voor wien men gelooft dat hy dit geschildert heeft. En by den Heer G. van Vladderakken, voorzittent Schepen, is een groot stuk van hem te zien, waar in zig op den voorgront de Beeltenissen van eenig stamhuis vertoonen. Ter rechterhand dieper in ’t stuk een vermakelyk Boschgezicht, en daar in verbeeld Johannes de Dooper predikende, met een menigte toehoorders; ook een stil asloopent water willende de Jordaan verbeelden. Dit alles is naar de konst zuiver, goed van houding en krachtig geschildert.
Hy was een van die, welke in den jare 1631 het Konstgenootschap van St. Lucas tot Alkmaar hielpen oprechten.

MARTEN HEEMSKERK vander HEK, Zoon van Nicolaas vander Hek, en Neef van Marten Heemskerk naar welken hy dezen zynen Zoon dede noemen, kwam in St. Lucas Gild den 8 van Herfstmaand 1653, en werd Regent van ’t zelve in ’t jaar 1654.
Hy schilderde alleen Lantschappen, dog zoo goet niet als zyn Vader, en maakte inzonderheit zyn werk van de aloude Hollantsche Kasteelen en Sloten, even als R. Rogman, na te bootzen. Onder andere heeft hy dikwerf, en op verscheiden wyzen het Slot en de Abdye van Egmond, zoo als het zig na de laatste verwoesting doet zien, door zyn penceel vertoont.

Om