Naar inhoud springen

Pagina:De Groote Schouburgh Der Nederlantsche Konstschilders En Schilderessen 1719 vol 2.djvu/245

Uit Wikisource
Deze pagina is proefgelezen
210
Schouburgh der

berucht is, zoo dat die Konst thans op ’t sterven leit. Hy is tegenwoordig een man van 75 Jaren.

VINCENT vander VINNE, dien wy nu gedenken moeten, is geboren tot Haarlem in ’t Jaar 1629. Van jongs af aan tot de Konst geneigt, teekende en schilderde hy naar printen of teekeningen, zoo los en geestig dat duidelyk genoeg daar aan bleek, dat de natuur hem gonstig, en hy by gevolge tot die oeffening geboren was. Deze Konstlust wakkerde met de jaren op, te meer toen hy dagelyks met de Zonen van Frans Hals, die in zyn buurt woonden, verkeerde: ’t geen zyne Ouders beweegde om hem de Konst te laten leeren by gemelden F. Hals; daar hy in korte Jaren zoo by toe nam, en des zelfs stoute behandeling zig zoo eygen maakte, dat hem dacht dat zyn wieken lang genoeg gegroeit waren, om een vlucht te ondernemen. Hy trok daar op naar Duitslant, Zwitzerlant en Vrankryk, daar hy alzins gelegentheit vont om zyn Konst te oeffenen, en keerde in ’t Jaar 1655 weer naar zyn Geboorttestadt daar hy by alle Liefhebbers van de Konst welkom was, en zich inzonderheit door zyn vrolyken aart en Dichtkonst by elk bemind maakte.
Hy schilderde ondertusschen alles wat hem maar aan de hand kwam, Kamers, Zolders, Uithangborden en Konststukjes, ’t was hem zoodanig onverschillig datmen niet zeggen kon wat deel der Konst hy tot zyn voorwerp verkoos: maar wel dat hy de Natuur, in Lantschappen, Gebouwen, Stilleven, Beesjes, Vogels, Boertjes, Historien, in ’t groot of klein navolgde. Daar en boven was hy gelukkig in ’t treffen van Beeltenissen, die hy met een stout penceel aantoetste, naar het voorbeeld van zyn meester F. Hals: die gewoon was

tot