Naar inhoud springen

Pagina:De Groote Schouburgh Der Nederlantsche Konstschilders En Schilderessen 1719 vol 2.djvu/247

Uit Wikisource
Deze pagina is proefgelezen
212
Schouburgh der

straks verspreid wierd, dat ’er een Hemelsteeken in die landstreek gezien was, ’t geen zy te eerder besloten, om dat dat Lant in dien tyd, door Borgerlyke onlusten, tot een bloedigen oorlog dreigde uit te spatten, waarom als dit uitleekte, en hy zag dat in al zulke potzeryen gevaar voor hem stak, hy zulks niet meer ter proef stelde.
Te Geneve schilderde hy in ’t huis van den Heer Rozet, een der voornaamsten dier Stadt. En alzoo over tafel van Hollant, en des zelfs vermakelykheden by winterdag op ’t Ys gesproken wierd, zoo gaf onze schilder breed op van zyn gaauheit in ’t schaatsryden; zoo dat de gasten uit nieusgierigheit wensten naar een kouden winter. Hy, die maar een krabbelaar in ’t ryden was, verlangde kwanzuis mee, om zyn hart eens te mogen ophalen, niet agterdenkende dat men hem daar, gelyk aan den pocher van Esopus, zou konnen zeggen: [1] Zie hier is Rhodus, en daar is de sprong.

Maar
  1. ↑ Deze spreuk is ontsproten uit een oude Griekse Fabel, die melt van een Reyziger welke swetste en snorkte over vreemde ontmoetingen, en daden die hy verrigt had te Rhodus, inzonderheid over een wyden sprong dien hy gedaan had; welken Blaaskaak men bracht aan diergelyk wyd water, zeggende: Toon ons hier een sprong als gy zegt te Rhodus gedaan te hebben. Daar hy bekaaid afkwam. En sederd is altyd, als ymant snoefde dat hy elders wonderen verrigt had, dit voor een spreekwoord gehouden.
    De Heer D. v. Hoogstraten welke deze Fabel berymt heeft zeit dus tot den stoffer.
    Wat hebt gy, goede vrient, getuigen toch van doen?
    Zoo waar is ’t geen gy zegt, bewys het met de zaken.
    Daar mêe zyn allerbest uw woorden goed te maken.
    Hier ’s Rhodus: gy moet hier niet toonen met den mont,
    Maar met de zaken zelfs, hoe fraai gy springen kont.