reed, en bly. Hy begaf zig ’s middags op ’t Ys (terwyl de toekykers op den wal stonden) makende allerlei drayen en zwieren, buitenover, dan op ’t een dan op ’t ander been, ’t welk van de aanschouwers met verwondering en handgeklap geprezen werd. Van ’t Ys gekomen werd Joost Baile van den Heer voor het vermaak dat hy hun door ’t ryden gegeven had met wyn beschonken. Deze wist door fynheit de rol mee uit te spelen en den Schilder boven hem in konst van schaatsryen in ’t gezelschap op te zetten; zeggende: dan zout gy eens verwondert staan kyken! Dit deed elk ’t oog op den Schilder slaan, en wenschen dat zyn voet mogt genezen eer het ys uit het water raakte. Doch dit beurde niet, maar hy hield zig kreupel tot het ys weg dooide.
Hy was een man kloek van lichaam en gezont tot 6 of 8 jaar voor zyn dood, wanneer hy een beroertheid kreeg die hem buiten staat stelde van de Konst langer te oeffenen. Egter deed hy zomwyle zoo veel en zoo goed als hy konde tot den 24 van Hooymaand in ’t Jaar 1702, wanneer hy naarmiddags in een slaapziekte viel, en den volgenden dag, 73 Jaren oud geworden zynde, stierf. Naarlatende drie Zonen. Laurens, Jan, en Izak vander Vinne, die de een min, en de ander meer de Konst gehanteert hebben. Zyn Beeltenis staat in de Plaat I. 2.
MARIA van OOSTERWYK is geboren op den 20 van Oegstmaant 1630, binnen Noodtdorp buiten Delf, alwaar haar Vader de Heer Jakobus van Oosterwyk Predikant was geworden in plaats van zyn Vader, die te Delf was beroepen.