van hare konststukken, daar zy negen honderd gulden voor ontfing. Eindelyk maakte zy drie stukken voor den Koning van Polen, waar voor haar vier en twintig hondert gulden betaald werden.
Zy was, (gelyk wy al gemeld hebben) zedig en buiten gemeen godsdienstig, nochtans vrolik, en byzonder yverig in ’t voortzetten van hare Konst, ’t geen langzaam, om dat zy de netheit en uitvoerigheid betrachtte, voortging; waar om ’er ook maar een klein getal van bloemstukken (en echter genoeg om hare gedachtenis te vereeuwigen) in de Waerelt is.
Zy is in haar 63ste Jaar, noch ongetrout zynde, gestorven ten huize van haar Zusters Zoon Jakobus van Assendelft, Predikant tot Eutdam in Waterlant, dien zy, (van zyne Ouders vroeg berooft) als haar eigen kind had opgebracht, op den 12 van Slagtmaand 1693.
GEERTJE PIETERS, haar Dienstmaagt, die vele jaren by haar gewoont heeft, en welke zy ook gebruikte tot het vryven van haar verven, heeft zy, ziende in haar een natuurlyke drift en geneigtheit tot de Konst, in hare wyze van schilderen onderwezen. En deze is zoo veer daar in gekomen dat zy zich zelve daar meê geneert, en, zoo ik ’t wel heb, nog leeft en te Delft woont. Deze heeft aan Nicol: Verkolje die haar een jaar of twee geleden te Delf ging bezoeken verhaalt een geestig voorval tusschen haar Juffrouw Mar. van Oosterwyk en den Konstschilder [1] van Aalst. Maria die veeltyts by haar Grootvader te Delf was, en ook haar schilderkamer
- ↑ Willem van Aalst, den neef van Evert van Aalst daar wy op ’t jaar 1602 van gemelt hebben.