Naar inhoud springen

Pagina:De Groote Schouburgh Der Nederlantsche Konstschilders En Schilderessen 1719 vol 2.djvu/253

Uit Wikisource
Deze pagina is proefgelezen
218
Schouburgh der

standigen die hun vermogen kennen, en niets dat te hoog is ondernemen. Vele die alle hebben willen nastreven, hebben hunne dwaasheit te laat beproeft, wanneer zy bevonden van alles wat te weten, en geen een ding wel te verstaan. In tegendeel zietmen dat zulke die ’t een of ’t ander deel van de konst tot hun doel hebben uitgekipt, en hun eenig werk en toeleg maakten om daar in boven anderen uit te steken, hun oogwit hebben bereikt, en een onverwelkelyken roem behaalt.

Onder dezen moeten wy d’eerste plaats geven aan WILLEM KALF, geboren tot Amsterdam, die ’t Stilleven, en voornamentlyk Goud en Zilverwerk, Paarlemoer, Horens, en Agate heften van Messen zoo verwonderlyk uitvoerig en natuurlyk wist te schilderen, dat (schoon schilderyen van diergelyke verkiezinge thans van geringe waarde zynde, voor waardiger voorwerpen plaats ruimen moeten) zyne konstwerken by alle konstkenners in groote achting blyven. Zyn onderwyzer in de Konst is geweest Henrik Pot.
Hy was een Man die veel gelezen, en een goed oordeel had; daar en boven zoo bespraakt, en afgericht op allerhande vertelselen, dat yder bevallen in zyn bywezen had. Waar door hy hen ook wel eens een nachje over in de Herberg met d’ooren aan zyn bespraakte tong kluisterde. Daar benevens was hy byzonder gerieffelyk om yder (schoon het met zyn verlet verzelt ging) dienst te doen; zulks zyn Vrouw wel dikwils zeide, dat hy meer naar een anders voordeel dan naar zyn eigen zag. Zyn Beeltenis staat in de Plaat H. 2.
Kornelis Hellemans, Konstverkooper, heeft my verhaalt dat Kalf hem had uit verzocht om printhandel met hem te dryven; dat ’er indien tyd a-

vond-