Naar inhoud springen

Pagina:De Groote Schouburgh Der Nederlantsche Konstschilders En Schilderessen 1719 vol 2.djvu/262

Uit Wikisource
Deze pagina is proefgelezen
227
Schilders en Schilderessen.

den tyd wyten. Maar ik ontmoet zomwyl menschen, die hier omtrent gans onverschillig zyn, en dien ’t evenveel schynt te wezen of men iets van hunne voorouders of vrinden te boek stelt, of niet, en dus agterhoudende zyn, of niet uitkomen, omtrent zaken die my dienstig zouden wezen, om te weten. Weer andere, die uit een styfkoppige ongerieflykheit niet alleen agterhoudende, maar ook ongenoegt zyn datmen van hunne voorzaten onder den rey der schilders in openbare schriften meld. Geloof my, wanneer ik aanzoek deed by luiden die door geldmiddelen en eerampten boven het gemeen uitsteken, wier voorzaten de konst geoeffent hebben, was ’t even of ik voor een doofmans deur klopte: ’T schynt dat zy my dies aangaande niet willen zeggen, om dat ’er geen gedachtenis zou blyven van ’t geen waar van zy zig, uit een verkeert begryp, schynen te schamen.
Oulings en in later tyd hebben Waereltvorsten, luiden van den eersten rang en geestelyke persoonen de schilderkonst geoeffent, en de gedachtenis tot luister van hun geslacht naargelaten. Onder de oude Grieken was zelf een wet (gelyk Plinius getuigt) welke gebood dat niemant de konst van schilderen vermocht te leeren, ten zy hy edel geboren was, en werd ook zulk een hooge prys voor die de zelve begeerden te leeren gestelt, dat gemeene luiden daar niet om mochten denken. Meer stalen van die koleur zouden wy uit dien winkel der oudheden vertoonen, zoo wy ’t elders niet gedaan hadden.
Tabius Pictor uit een oud adelyk Roomsch geslacht heeft de Schilderkonst geoeffent en in ’t vierhondert vyftigste Jaar na de grondlegginge van Rome den tempel des Geluks, welke ten tyden van

Kei-
P 2