Naar inhoud springen

Pagina:De Groote Schouburgh Der Nederlantsche Konstschilders En Schilderessen 1719 vol 2.djvu/265

Uit Wikisource
Deze pagina is proefgelezen
230
Schouburgh der

bus, die door zyne styfnekkigheit, en met zich tegens de wetten van Engelant te kanten, dien Prins het kroonrecht benomen heeft, heeft in zyne ballingschap nog de Konst geoeffent. Franciskus Roetiers van Antwerpen Zoon van den stempelsnyder van de munt van Brabant was zyn onderwyzer in de Konst. Deze had een wyze van teekenen als la Fagie en schilderden Historien.
De Heer Wakkerbaart, Generaal van de Keurvorst van Saxen, was een yverig oeffenaar van de Konst. Als hy in den Jare 1695 te Rome was, begaf hy zig onder de Bent. Zyn Bentnaam was Alexander Magnus. Hy teekende naarstig naar de antique Ruinen, en alles wat hy zyner keure waardig oordeelde te wezen. De Konstschilder Izak de Moucheron, die toen ook te Rome was, en omgang met hem had, heeft my verhaalt, dat hy twee afteekeningen van hem heeft gezien op groot papier, ’t eene van Rome en ’t ander van Venetien, konstig naar ’t leven afgeteekent. Ja zyn konstzucht ging zoo veer, dat zyn lyfknechts by beurten zig moesten oeffenen in de Konst. Zoo deedt ook de Zweedtsche Krygsgeneraal Steenbok. Deze, na dat hy Altena uit order van zyn Koning in brant gesteken had, werd naderhant met zyn troepen, door de Deenen (hun Koning dit doen euvel nemende) omcingelt, en tot Krygsgevangens gemaakt, verscheiden jaren in de gevangenis zittende vermaakte hy zig door ’t penceel, schilderende verscheide Lantschapstukken, waar van hy zommige aan zyn Koning vereerde. De Amsterdamsche Courant, heeft ’er in dien tyd ook van gemelt.
De Konstschilder Wil. Schellings melt in het Dagregister zyner vierjarige Reisbeschryving,

van