van eenen Renatus Koning van Sicilien, van wiens eigen hand een konststuk te zien is te Avingon in ’t Koor van een der Kapellen van de Kloosterkerk der Celestinen. Dit was een zinnebeeld van de Dood, of sterflykheit, voorheen aan een geestelyke Dochter tot een Nieujaarsgift geschonken. Onder al de geschilderde voorwerpen in dit stuk is te verwonderen een spinwebbe aan een doodbaar, zoo konstig en natuurlyk geschildert dat men ’t voor een ware spinweb zou aanzien. Onder het zelve staat een Latyns vaars: gejaarmerkt 1481. ’t geen vertaalt de voorbygaanden dus toespreekt:
Daar yder Bloem, de broosheit van uw leven
Vermeld; dewyl hoe luisterryk verheven,
Zy, eer men ’t weet, zal onverwacht vergaan.
Ook gedenkt hy in zyne Reisbeschryving van Engelant aan Maria Stuart Dochter van Jakob den V Koning van Schotlant geboren 1541, en onthalst 1587 in Sprokkelmaand, na dat zy 20 jaren gevangen gezeten had op ’t Kasteel Frodigua, om het konstig geteekent en gestikte behangsel, waar van wy in de levensbeschryving van W. Schellings zullen melden.
Wy zouden daar beneven een gansche lyst van Konstschilders in vroeger en later tyd konnen optellen welke door Keizers Koningen en Vorsten tot de waardigheit van Ridders en Baronnetten zyn verheven, verscheiden ook die het Borgermeesterampt bekleed hebben, als D. v. Delen te Armuiden in Zeelant, vander Lis in ’s Gravenhage, Hendrik Verschuring en vander Ulft te Gorkom, andere weer Regenten van Steden, als Ger. Terburg te