Naar inhoud springen

Pagina:De Groote Schouburgh Der Nederlantsche Konstschilders En Schilderessen 1719 vol 2.djvu/269

Uit Wikisource
Deze pagina is proefgelezen
234
Schouburgh der

rookte grot de Wapenen voor den Krygsgod Mars, ’t geen hy geschildert heeft voor de Keurvorst van Brandenburg. Ook twee groote Tafereelen te Wrateslau, verbeeldende het oordeel van Salomon, en van Kambises. De meeste Kerken en Paleizen van Duitslant (om kort te gaan) pronken met zyne penceelkonst.
De liefde tot de Konst drong hem noch in zyn zestigste jaar aan, om zyn Schoonzoon Kristoffel Luca daar in ’t onderwyzen, gelyk hy zyn Dochter Anna Elizabet Willemans gedaan had, waar van men in Duitslant vele fraje stukken ziet.

WILLEM DOUDYNS is geboren 1630, den laatsten dag van Wintermaand. s’Gravenhage mag met reden haar Oyevaars blazoen met deze Konstpaarel sieren, voortgesproten uit een Borgermeester, en Kolonel der Schutters dier plaats. Zyn eerste onderwyzer in de Konst was Alexander Petit.
Naderhand door reislust aangenoopt, trok hy naar Rome om de Konst naar de oude en beste voorbeelden voort te zetten, en bleef twaalf agter een volgende jaren in Italien, dagelyks bezig met de Grieksche Statuen, en geachtste Roomsche Konststukken, af te teekenen, ook om zig eene wyze van schilderen te gewennen die hem naderhant zoo beroemt gemaakt heeft. Jan de Biskop heeft zig inzonderheit naar den kostelyken voorraad zyner teekeningen bedient in zyn geëtste plaatwerk.
Hy is een van de eerste, of wel de voornaamste geweest die in den jare 1661, het Konstgenootschap, en d’Academie tot opbouw van de Konst hielp oprechten in s’Gravenhage, waar van hy ook

na-