Naar inhoud springen

Pagina:De Groote Schouburgh Der Nederlantsche Konstschilders En Schilderessen 1719 vol 2.djvu/275

Uit Wikisource
Deze pagina is proefgelezen
240
Schouburgh der

ge, vast geteekent, en wakker gepenceelt zyn, over ’t hoofd zien?
Wy hadden van onzen Bakhuizen gezeit: dat hy de natuur wonder wel wist na te bootzen, en vervolgen; Dat zulks ook de Reden is geweest, waarom zyn Konst aan de meeste Hoven gewild was.
In den jare 1665, lieten hem de Heeren Borgermgesteren van Amsterdam een groot stuk schilderen, vol gewoel van allerley Scheepen, en Jachten en hun Koopstad in ’t verschiet, waar voor zy hem gaven 1300 gulden, en nog een vereering of geschenk daar en boven. Dit stuk diende tot een present aan den Koning van Vrankryk Lodewyk den XIV, die ’er groot genoegen in nam, en het in de Louvre, by meer fraye penceelkonst liet plaatsen. De Groot-Hartog van Toskane, de Koning van Pruissen, de Keurvorst van Saxen, en verscheiden Duitze Prinsen, hebben niet alleen van zyne Konstwerken gekocht, maar hem ook in eigen persoon komen bezoeken tot Amsterdam, om zelf keur te doen uit het geene hy gemaakt had. Gelyk hy ook de eer gehad heeft, dat de groote Czaar van Moskovien, hem niet alleen (terwyl hy eenigen tyd alhier zyn verblyf nam) heeft komen bezoeken, maar ook begeerde dat onze Bakhuizen in zyn byzyn verscheiden slag van Scheepen voor hem afteekende, en zyn Majesteit teekende op de zelve tyden (als inzonderheit geneigt om de Scheepsboukonst in den gront te leeren verstaan) mee eenige op papier. Op zyne Scheepsbouwkunde, en op de agting, die buitenlantsche Konstbeminnaars voor zyn Penceelwerk hebben, zinspeelt de puikdichter D. van Hoogstraten in dit volgende vaars, daar hy tot zyn lof dus spreekt:

Kunst-