met aandagt op het zeggen van den grooten Leonard da Vinci.
’T is met de Schilderkonst, zegt hy, niet gelegen als met de Musykkonst, dewelke sterft en te onder gaat, op den zelven oogenblik alsze geboren wort, en by gevolg verdwynen de faalgrepen ook met haar te gelyk; maar de fouten in de Teeken- en Schilderkonst begaan blyven lang tot ontdekking van des meesters onverstant in ’t leven overig.
Meergemelde Philip Angels, na dat hy den inhoud van een Tafereel door Jan Lievens geschildert, om des zelfs geestige vindingen, en byvoegselen byzonder geroemt heeft, en gezeit dat zulke ongemeene eygentlykheden geoorloft zyn, en ten hoogsten prysselyk wanneer een Schilder die betracht, zoo vervolgt hy dus: Ook heeft deze geest zyn wonderbare nagedachten te kennen gegeven in de Historien van Bathseba uit te beelden, waar van wy lezen 2 Sam. 11. Dat David, na dat hy Bathseba van zyn dack zich had zien wasschen, hy straks boden zond om haar te halen, en geen omstandigheden meer. Zoo heeft deze wydvermaarde geest tot versieringe van zyn werk, treffelyke na gedachten gehad: Eerstelyk dat ongetwyffelt deze bode zal geweest zyn, een oude Koppelaresse die tot zulks in ’t gemeen worden gebruikt, en die boodschap niet alleen met den mond, maar ook door een brief zal hebben te kennen gegeven. Waar in hy wederom zyn zoete bedenkingen die hy hier over heeft gehad te kennen geeft, door dien hy een blos van eerbare schaamte op de wangen van Bathseba doet ontsteken op ’t lezen van dien Minnebrief. Vorders had hy boven in de lucht Kupido afgemaalt, niet met een stale flits, maar met een vlammende pyl waar van een dunne rook opging, waar door men zyn poesle leden zag we-
Pagina:De Groote Schouburgh Der Nederlantsche Konstschilders En Schilderessen 1719 vol 2.djvu/288
Uiterlijk
Deze pagina is proefgelezen
251
Schilders en Schilderessen.
me-