melen, mikkende op die naakte schoonheit om haar boezem tot wedermin te ontsteken.
Deze byvoegselen zyn geestig genoeg bedacht, en drukken de wyze, of den middelyken toeleg van een Geilaard om tot zyn oogwit te geraken duidelyk genoeg uit, door een Koppelares, als ook door ’t Zinnebeeld van de gewiekte Liefde den brand der hardstochten.
Onze schryver pryst zulks, en hangt ’er zyn zegel aan; doch die vriend slaat den bal (als het spreekwoort zeit) mis; in opzicht dat het een Bybelsche History is, waar omtrent den Schilders zoo veel vryheit niet wort toegestaan, als wel in waereltze Historien, en Fabelen. Buiten dat is ’er geen voetspoor, om te konnen besluiten dat Koning David, door een oude Koppelaarster zyn brandende geneigtheit aan Bathseba zou te kennen gegeven hebben; aangezien het dan in haar keur gestaan zoude hebben, of zy zulks doen, of niet doen wilde. ’t Stryd ook met de grootheit der Vorsten, de gemeene wegen te gaan, die gebieden maar, en het geschiet: boven dien is niet denkelyk dat de Koning het oogwit van zyn zending aan eenigen Hofbode, veel min aan een oud wyf (die alles wel zwygen konnen dat zy niet weten) zoude hebben ontdekt. Ook willen wy ten beste van dat gezalfde Hoofd denken, dat ’er in opzicht van die zaak zoo veel tusschentyd niet verloopen is, als anders zou geweest hebben: maar dat hy haar straks heeft doen halen, en zy hem van na by zoo wel bevallende als van veere, hy in die hitte van zyn drift door overyling zig vergrepen heeft tegens de Goddelyke wet. De byvoegsels zyn een een nootwendig sieraat, en dienen, om het voorname, of hoofdstuk van een
Pagina:De Groote Schouburgh Der Nederlantsche Konstschilders En Schilderessen 1719 vol 2.djvu/289
Uiterlijk
Deze pagina is proefgelezen
252
Schouburgh der
Ta-