Tafereel op te helderen, en begrypbaar te maken voor den aanschouwer. Want gelyk door ’t wel plaatsen der kommaas en punten de woorden tot het recht beduit der zaken bepaalt worden, zulks zoo haast men een boek leest weet en verstaat wat het beduit en zeggen wil dat men leest: zoo geven de zelve in tegendeel, door verzuim van agtgeving of onkunde niet recht geplaatst, niet alleen verduistering en verwarring in de zinduiding, maar maken zelf de zaken heel verkeerd en onbevattelyk, zoo dat wy niet weten wat wy daar van zullen maken, of ramen konnen wat de Schryver daar mee voor heeft. By voorbeelt, ik lees naar waarheit en in een goeden zin: De meeste Menschen deugen niet, goed is God. Zoo nu de (,) alleen niet wel geplaatst, in stee van agter niet, agter deugen staat, zoo is het niet alleen tegens de waarheid, maar godslasterlyk gezeit. En weet ik niet wat ik denken zal van ’t geen ik lees. Dus is het ook in opzicht van de Konst met de byvoegzelen gelegen, zoo die niet tot de zaak passen, of wel ingevoegt zyn.
Nog eens. De byvoegsels zyn een nootwendige versiering, als de zelve eigen zyn aan het verbeelde. Gelyk het kantschrift dient, om de zaaklykheden in den text gestelt met den eersten opslag te weten, of de zelve op te helderen: overzulks dienen de sieraden of byvoegzelen om het verbeelde te eerder, en straks te kennen, in stee van ’t zelve door ’t byvoegsel te verduisteren, als wy in ’t laatste voorbeeld gezien hebben.
Alle, welke de spreuk: Een Schip op ’t Zand, is een baken in Zee, te recht kennen, zullen onze berisping niet laken, maar pryzen; bespeurende dat onze Redenvoering de Schilderjeugt hier door
Pagina:De Groote Schouburgh Der Nederlantsche Konstschilders En Schilderessen 1719 vol 2.djvu/290
Uiterlijk
Deze pagina is proefgelezen
253
Schilders en Schilderessen.
ten