Voor ’t overig, indien ze ’er voegen, kuntge u dienen
Van Kleed’ren, van Toneel, Vliegwerken, en Machienen
Op ’t vremdst, en kostlykst; maar ik raad u, zoo ’t sieraad
Zou stryden met de Konst, dat gy het achterlaat.
Om voort te gaan. Hoogstraten was een uitnemend bekwaam man om het wezentlyke van de Konst zyne Leerlingen in te prenten; maar gedoogde gansch geen de minste vryheit, die afweek van de vaste regelen der Konst. Gebeurde ’t dat d’een of ander tegens den text der Historie voordachtelyk iets daar by invoegde, wanende zyn vernuft daar door te doen blyken, kreeg die straks tot een les: Dat men zig altydt moest bevlytigen om waarheden te vertoonen; of dat men anders de valsche Denkbeelden hielp styven, en voortplanten. Hy zag op iets waar in zy Rembrant en Laires hadden naargevolgt. En wilje weten wat Lezer, ’t was de verbeelding van de Paradysslang, welk de eerst gemelde tegens de letter van den text aan in een print verbeeld had, van stal, als de verzierde Draken in de Metamorphosis van Ovidius: de tweede door een wanschepsel met een Vrouwenaangezigt. Wat Reden Laires daar voor mocht gehad hebben, ontschuldigt niet; ja my verwondert dat zulk een groot licht in de Konst zulk een breuk voordachtelyk tegen de letter begaan heeft; immers meer als over Rembrant, van wien bekent is, dat hy zig naar geen regelen van de Konst (hoe algemeen goed gekeurt) verbond, maar eigen zinlykheit voor zyn regel hield; waarom de brave Dichter Andr. Pels, in zyn Toneelwetten, van hem zegt: