min onder zyn opzigt of bezorginge genomen heeft.
Het eerste proefstuk van zyn Konst en vernuft dat hy maakte was het pourtret van den Hartoog, ten voeten uit met de pen, waar over yder die het zag zig verwonderde. Dit was in ’t jaar 1647 en kort daar aan schilderde hy met levendige koleuren het gansche Hofgezin van Saxen. Daar na heeft hy in Hongaryen voor den Graaf Franciscus verscheiden Tafereelen en Altaarstukken geschildert, welke byzonder geroemt worden.
In den jare 1659 is hy met voorschryven van gemelden graaf naar Italien gereist, waar door hy toegang kreeg tot de beste Konstkabinetten. Na dat hy nu te Venetien, Florencen, en Romen eenige jaren had in de Konstoeffening doorgebragt, en vele voorname luiden, onder anderen ook de Beeltenis van den beruchten Pater Athanazius Kircherus geschildert had, is hy wedergekeert in Duitslant, en troude 1664 met Anna Katrina Dochter van den vermaarden Johannes Tomas Fischer van Norenburg.
Deze ANNA KATRINA stak uit in ’t schilderen van Bloemen zoo in Oly- als Waterverf, en had voor haar trouwen altyt haar werk gemaakt van de Vorstin met hare Dochters daar in te onderwyzen.
Sandrart getuigt: dat hy ’t geluk gehad heeft dat zy tweemaal van hem geschildert is geweest: en, dat zy wanneer hy zyn Boek van de Schilders schreef, nog in leven was.
De steile konstberg, die velen zoo zwaar in ’t beklimmen valt dat hun het zweet uitbreekt eer zy ter halver wegen zyn (per aspera ad ardua,