Naar inhoud springen

Pagina:De Groote Schouburgh Der Nederlantsche Konstschilders En Schilderessen 1719 vol 2.djvu/297

Uit Wikisource
Deze pagina is proefgelezen
260
Schouburgh der

langs stielten klimt men naar boven) heeft weer anderen ligt gevallen als blyken zal in de volgende levensbeschryving van KRISTOFFEL PIERSON geboren in ’s Gravenhage den 19 van Bloeimaand 1631.
Deze voortgesproten uit een geacht geslacht heeft zyne lentejaren zoo met het leeren van de Latynse en Franse talen, en Teekenkonst, als ook naderhant met het schryven op een Comptoir doorgebragt. Maar van jongs af tot de Schilderkonst geneigt, en door omgang met [1] BARTHOLEMEUS MEYBURG, (die maar een jaar of drie ouder als hy, en na zyne jongheit een braaf Schilder was) aangespoort, nam besluit om tot de Schilderkonst over te gaan. Waarom hy zig dan op zyn 20 of 21ste Jaar by gemelden Meyburg begaf. En zig maar een jaar by hem geoeffent hebbende ondernam hy stoutmoedig Pourtretten en Historien te schilderen, nemende zyn woonplaats tot Schiedam. Dog zyn oude Meester en goed vriend spoorde hem in den jare 1653 aan om een reis met hem te doen naar Duitslant, gelyk geschiedde.
In het te rugreizen (het Zweedze Leger op dien tyd omtrent Bremerveurde leggende) maakten zy kennis met den Veltmarschalk Wrangel wiens beeltenis zy nevens meer andere Generaalspersoonen door hun Konstpenceel afmaalden, waar voor zy rykelyk beloond werden. Gemelden Veltmarschalk was daar mee zoo wel voldaan, dat hy hun op alle wyzen trachtte te bewegen, om te trekken naar het Hof van de konstminnende Koningin

Chris-
  1. ↑ Deze was te Mazelantsluis geboren, een braaf Pourtret- en History Schilder. Hy heeft naderhand aan verscheiden Duitsche Hooven geschildert, en leefde nog in ’t jaar 1661.