en kragtig schilderen is wel te zien, dat hy behalven zyn Vaders leerlessen ook die van den beruchten Pet. Paul. Rubbens gehad heeft. Hy heeft langen tyd in Vrankryk geweest, daar hy gelegenheit hadde van verscheiden Princen, en Princessen te schilderen. Hy is altyt ongetrout gebleven. Immers was hy nog in vryen staat tot zyn vyf en veertigste Jaar 1660.
FRANS MENTON wiens geboortentyd wy niet weten, hebben wy op zyn sterfjaar willen gedenken, het welke is geweest, (volgens ’t beduid van zyn Grafzerk in de groote Kerk agter den Predikstoel tot Alkmaar) in ’t Jaar 1615 op den 24 van Lentemaand. Vorders weet ik van hem niet, als dat van Mander van hem melt in ’t leven van Frans Floris op pag. 161. B. aldus: Fransois Menton van Alkmaar of daar wonende, is een goet Meester in allen deelen van de Konst ook een goet Teekenaar en Plaatsnyder &c.
De ervaring leert, dat, wanneer de Konstzucht in een geslachtstam ontstaat, niet zelden afzetsels van gelyken aard daar uit voortspruiten, het geen bevestigt wort door de volgende Levensbeschryving van
MATHYS vanden BERG, geboren in den Jare 1615.
Zyn Vader Jan vanden Berg geboren tot Alkmaar, van jongs tot de Konst geneigt werd by Hend. Goltzius, om daar in op vaste gronden onderwezen te worden, bestelt; maar dezes Vader een Schoolmeester zynde, die met ’er woon naar Brabant vertrokken was, moest Jan als onderkoning met de plak het Ryk een tyd lang helpen bestieren, en het penceel voor de pen verwisselen. Egter nam hy in zyn tusschentyd de penceeloeffening naarstig waar, te meer alzoo hy gele-