Naar inhoud springen

Pagina:De Groote Schouburgh Der Nederlantsche Konstschilders En Schilderessen 1719 vol 2.djvu/32

Uit Wikisource
Deze pagina is proefgelezen
17
Schilders en Schilderessen.

mag worden. Van zyn penceelwerken heb ik ’er vele met vermaak beschouwt, waar in hy geestige Italiaansche Zeehavens, vol gewoel van Beeltjes, Koopmanschappen, Scheepen enz. verbeeld had: ook Roomsche markten waar op zig een potzige zalfverkooper met al zyn aangapers; Italiaansche Postuurmakers, Konstspeelders of Guichelaars, Fruit- en Groenstallen, en agter de zelve grootze gebouwen en Palleizen deden zien, door hem zelf in Italien naar ’t leven afgeteekent. Geestig wist hy ook Zeestrantjes, en daar by Vroutjes die den visch in korven op heur hoofd, of anderzins naar de markt torschen, te verbeelden; ook Laboratorien, of Goudmakeryen, met hun fornuizen, kroezen, pannen, glazen, en eene onbedenkelyke menigte van gereedschappen tot de stokery behoorende, en dergelyke voorwerpen: die alle zoo geestig van hem bedacht, konstig geschikt, vast geteekent, vet, toetzende, en gloejende geschildert zyn, dat dezelve konst een hooger prys verdient, dan zy thans gelden mag.
Zyn konstlust heeft den printlievenden eenige kleine stalen van zyn vernuft, door eigen wyze van etzen in koper, naar gelaten.
Onzen Tomas Wyk heeft een Zoon naargelaten Jan Wyk genaamt, die een braaf Bataljeschilder was, wiens bloeytyd zyn Vader met verheuging heeft gezien, aangezien hy zevenmaal tien jaren bereikt heeft voor dat hy kwam te sterven.
Jan Wyk, die wel zyn besten levenstyd in Engelant heeft doorgebrocht, schilderde ook Jagteryen te paard, inzonderheit Hartejachten. Jan Smit heeft een van de zelve in plaat gebracht, en Hend. Careé, (die hem in den Jare 1692 en 93,

II. Deel
in
B