Naar inhoud springen

Pagina:De Groote Schouburgh Der Nederlantsche Konstschilders En Schilderessen 1719 vol 2.djvu/320

Uit Wikisource
Deze pagina is proefgelezen
281
Schilders en Schilderessen.

eygenaar wilde dit ter gedachtenisse van hem, en ten staal van zyn vlugge hand behouden.
Onze Roos die als een vlugtige Merkurius, dan hier, dan daar, altyds iets ondernam of deed, stond op een tyd buiten Rome zommige beesjes naar ’t leven te teekenen die daar in ’t velt graasden. ’t Geval wil dat de vermaarden Italiaanschen Historyschilder Hiacynto Brandi daar voor by kwam, zyn koedts deed stil houden en hem riep zeggende: Laat my eens zien, wat gy maakt? Hy vraagde vorder naar zyn naam, en wat lansman hy was. Welke vragen hy met veel beleeftheid beantwoorde.
Nu moet ik tusschen beide zeggen: dat de Italiaansche meesters voor gewoonte houden, wanneer zy den eenen of den anderen jongen Konstenaar, in een Kerk, Paleis, of by eenige Statue vinden teekenen, zy den zelven vergen het werk te zien, hun yver pryzen, de gebreken daar in aanwyzen, en de wyze hoe de zelve te verbeteren. Ook geven zy zomwyle wel een stuk gelt ten prezent, om hem aan te moedigen in zyn vlyt: een middel waar door zy zich by allen bemint en geacht maken.
Hiacynto Brandi (om weder ter zake te komen) had zulk goed bevallen in de teekenkonst van Roos, dat hy hem den toegang tot zyn huis, om zyn konst te zien, aanbood, waar in hy niet verzuymig was. Wat gebeurt ’er? deze Brandi had een Dochter die jong en bevallig was. Deze zag onze Roos eens in ’t verschiet door ’t huis waren en nam agt waar ontrent zy haar wyk nam. ’T gebeurde op een tyd dat hy aan ’t huis kwam, wanneer Brandi belet was. Hy die nu al by de Huisgenooten bekend was, drong onder een schoon praatje door, tot in den Hof; voorgevende met

ge-
S 5