op nieus moest gekogt en gemaakt worden, moest het jonge wyfje in het bed voor naakte waarheit spelen, welk, indien dit in de tyd der hervorming was voorgevallen, ligt den snoeplustigen Jupiter wel zou hebben uitgelokt, om in een veranderde gedaante by haar onder te kruipen.
Dit overgeslagen, moet ik zeggen dat zy in haar getroude dagen al meer veranderingen, die zy niet gewoon was, ontmoet heeft, want behalve sukkelingen en armoede, was zy dikwils eenzaam en alleen, aangezien hy byzonder op jagen van wild, en op zyn Bendgezelschap verslingert was, zulks hy zomwyle weken en dagen buitens huis was, zonder dat zy van hem quam te hooren.
Hy bewoonde een huis, dat een groot bouwvallig gevaart was te Tivoli buiten Rome, in welken ruwen opslag, hy allerhande soort van dieren groot en kleyn, (om ’er na te schilderen) Huisvesting gaf, en spyze; waarom zyne woning ook onder de Bent, de Ark van Noach genoemd werd. Van daar reed hy dikwils te paard verzelt met een knecht naar Rome zonder eenige Goude of Silvere munt by zig te hebben, en zette zig tot schilderen in de een of de andere Herberg daar hy dan in haast een of twee stukjes (alzoo hy by uitnementheit vaardig was) afmaakte, en zyn knecht zoo nat alsze quamen van den Ezel daar mede zond door Rome om de zelve te verkoopen, ’t zy dan tot een hoogen of lagen prys, zoo als het dan uitviel, want ’er dan gelt moest wezen om zig zelve en zyn paard te lossen uit de herberg, aangezien hem niemant in Rome borgen wilde. Le Blon, en anderen hebben my verhaalt, dat wanneer zyne Bentbroeders hem maar van veere aanzagen komen, zy straks zien konden of hy geldig was of niet; want als hy ma-
Pagina:De Groote Schouburgh Der Nederlantsche Konstschilders En Schilderessen 1719 vol 2.djvu/323
Uiterlijk
Deze pagina is proefgelezen
284
Schouburgh der
ger