Ook heeft my le Blon verhaalt dat hy een groot stuk, dat naar gissing meer dan 40 voeten over ’t kruis was, heeft gezien, waar in alle soort van dieren wel tot 600 in getal, en vele van die levensgrootte, als Paerden, Stieren, enz, op den voorgront, de rest verminderende door hem geschildert waren, in den tyd van 16 dagen, en dat zoo natuurlyk en kragtig, dat byna niet te gelooven is, hoe zulks heeft konnen geschieden.
’T waar te vergeefs, zoo ik myn Nederlantsche Konstgenooten een breed bericht gaf van zyn vloeijend penceel, natuurlyke en kragtige vermenginge zyner verwe, geestige koppelingen en vaste teekening die in zyn werk bespeurd word; aangezien de Konstlievenden toegang hebben tot het berugte Konstkabinet van den Heere de la Court, vander Voort, tot Leiden, daar een groot stuk van hem te zien is, dat van zelf spreekt, meer dan ik zeggen kan, waar in een woedende Stier verbeeld staat, besprongen van een deel honden, daar de weerga van hangt aan ’t Huis van des gemelden Heeren Zoon, waar in zig een graaubonte Stier doet zien, die den aanval der honden met loopen zoekt t’ontkomen. De Konstschilder Kristoffel le Blon heeft hem die stukken (toen te Rome zynde) zien schilderen.
In den jare 1698 of 99 kwam de Lantgraaf van Hessenkassel zyn eerste patroon te Rome, en vernam naar onzen Roos of hy noch leefde, en naar zyn levensbedryf, en zeide, als hy hoorde dat hy van Godsdienst veranderd was, dat kan ik hem nog vergeven, maar dat hy my nooit een stukje van zyn Konst ten bewys van dankbaarheid toegezonden heeft kan ik niet vergeten. Hem werd aangedient dat de Lantgraaf te Rome was, maar
Pagina:De Groote Schouburgh Der Nederlantsche Konstschilders En Schilderessen 1719 vol 2.djvu/326
Uiterlijk
Deze pagina is proefgelezen
287
Schilders en Schilderessen.
in