Naar inhoud springen

Pagina:De Groote Schouburgh Der Nederlantsche Konstschilders En Schilderessen 1719 vol 2.djvu/329

Uit Wikisource
Deze pagina is proefgelezen
290
Schouburgh der

maanden aan ’t Hof te Wirtenburg, en werd boven zyn belooning vereert met den Tytel van Wirtenborger Hofschilder.
Als Straatsborg aan de Franschen over ging was hy daar binnen, maar aangezien dat hy vele Beeltenissen der Krygshoofden voorheen door ’t penceel gemaalt had, en dus by de zelve bekent was, verschoonden zy hem van den last der Soldaten, waar door de Borgers door der zelver inwoning geplaagt werden.

JURIAAN van STREEK hier op volgende is geboren in ’t jaar 1632. Hy verkoos tot zyn voorwerpen allerhande soort van Stilleven; Gepluimde Helmetten, Boeken, Brieven, Speeltuigen en alles wat daar toe behoort; ook wel een Dootshooft of iet diergelyk om het ten zinnebeeld van de vergankelykheit des menschen leven te doen strekken. ’T welk hy met zulk een goed oordeel ’t zamenschikte, dat het een tegens het ander zyn behoorlyke werking deed. Zyn licht en bruin wist hy wonder wel waar te nemen, en had een stout penceel, waar door zyn penceelwerk in kracht tegen de natuur dorst ter monstering komen. Hy heeft ook somwyl pourtretten geschildert, die goed zyn, waar van ik ’er verscheiden gezien heb inzonderheid van zyn Vrou; het welk wy door gebrek van geheugenisse op den naam van Em. de Wit hebben gesteld in ’t eerste Deel pag. 283.
Zeker, wat de Tafereelen der bespiegelingen van ’s menschen vergankelykheid aanbelangt, zy doen vry wat meerder nut dan de vertoonselen van vuile minbedryven. Deze geven alleen aanritzelingen tot zonden, d’andere zyn spiegels die elk zyn zeker einde doet beschouwen, en aanspoort

tot