ve worden aangegeven: of dien prys waar voor dezelve opgekogt zyn: en dat niet alleen in opzicht van Schilderyen maar ook van teekeningen.
Een bewys van myn gezegde is met den Konstschilder...... Kloosterman voorgevallen in het jaar 1700. Deze had te Rome een groot getal teekeningen opgekogt van de eerste Meesters voor ettelyke honderd Schudy. Maar zy werden door last van Paus Clemens den elfden aangehouden: en een gedeelte daar van op de kamer der Academie, en de Vaticaanse Zalen van Rafael beschildert ten dienst der Konstoeffening opgehangen.
Wat Rafael aanbelangt, de meeste zyner konstwerken in Fresko geschildert, en die, welke hy op doek of paneelen met Olyverf geschildert heeft, zyn wel in zulke vaste handen dat ’er geen uitbreken aan is; want die ’er bezitters van zyn hebben zoo veel agting voor de zelve, dat verscheiden van Rafaels konstwerken met een yzer staketsel afgeschut zyn, op dat de zelve door onvoorzigtigheit niet geschonden zouden worden. Zo dat de zelve als heiligdom geschat of geacht zyn. Zelf is ’er binnen Rome, behalve zyn groote werken in ’t Vaticaan, en het hoog altaarstuk in St. Pieter op den Berg, weinig van hem te zien, als een kleen stukje in de slaapkamer van den Paus in ’t Vaticaan, waar aan noch getwyfelt wort of het wel egt is, en of het niet door Julio Romano naar het groote stuk van Rafael in St. Pieter (dewyl het van gelyken inhoud is) na gebootst is in Rafaels leven, en hy zelf daar de laatste hand aan geleent heeft. Dergelyke achterdocht heeftmen ook van de stukken, welke de Kardinaal Barbarini heeft, en die van hem voor egte van Rafael worden gehouden. En zoo is het met die men in andere Paleyzen vint.
Pagina:De Groote Schouburgh Der Nederlantsche Konstschilders En Schilderessen 1719 vol 2.djvu/340
Uiterlijk
Deze pagina is proefgelezen
301
Schilders en Schilderessen.
Nu