reeds een meester in de Konst, en niemant zal u dat (’t was een vrouwe Borstbeeld) verbeteren. Hy hielt het te zyner gedachtenis, en vertoonde het tot een wonder aan alle Konstkenners, die hem kwamen bezoeken, die het zelve, vleezig, rond, en krachtig geschildert, prezen.
Na dien tyd nam Bakker hem mee als hy by gezelschap ging, en verzuimde niet zyn Konst, daar ’t pas gaf, te pryzen, om hem bekent te maken, tot dat hy met zyn 18 Jaar zyn onderwyzer plichtig bedankte, om proef te nemen wat hy uit zig zelf zou konnen verrichten.
Nu moest hy zig een wyze van schilderen voorstellen die prysselyk was om zig daar aan te houden. De penceelkonst van Ant. van Dyk was in groote agting, en die van Rembrant vond ook veel aanhangers. Op dezen tweesprong stond hy lang te dutten, niet wetende wat weg best in te slaan, doch verkoos de handeling van den eersten als van een duurzamer aart, tot zyn voorwerp.
In den jare 1660 werd hy door een Konstlievend Heer van Amsterdam naar den Haag gelokt, die hem eens plots op den kruiwagen van zyn geluk beurde; want hy daar van eersten af zoo veel te doen kreeg onder luiden van den eersten rang als hy af konde maken. Onder deze waren de Graaf van Hoorn, de Prins van Tarente, en anderen, waar door de roem van zyn Konst zig verspreidde tot het nabuurig Engelant; zulks dat Koning Karel hem niet alleen liet ontbieden, maar ook door den Lord Killegrey met het Konings Zeejagt afhalen, om zyn en de Koningins pourtret te schilderen. By welke gelegentheit hy ook verscheiden anderen aan ’t Hof schilderde, waar door
Pagina:De Groote Schouburgh Der Nederlantsche Konstschilders En Schilderessen 1719 vol 2.djvu/344
Uiterlijk
Deze pagina is proefgelezen
305
Schilders en Schilderessen.
II. Deel.
Pie-
V