dagmaalde) en alles besnuffelt hebbende, vind een houdskool, klimt op een stoel of bank, en teekent daar mee, in een ronde Nis boven de deur een menschen hoofd eens zoo groot als ’t leven agter over in de verkorting te zien, en gaat uit de kamer stil zyn weg.
Rafael gespyst hebbende, en in de zaal gekomen om weer aan ’t werk te gaan, krygt dit in ’t oog, en vraagt aan elk wie ’er in zyn afwezen in het vertrek geweest was. De deurbewaarder zeide niemant, dan alleen een Boer, en dat die daar zoo lang om aangehouden had dat hy hem in liet, maar vorders niet wist wie hy was. Dan zal ik het u wel zeggen (zeide Rafael) wie die Boer geweest is. ’T is Michiel Angelo geweest; want niemant anders kan zulks doen, als gy hier ziet, en wees op het geteekende opziende Hoofd, en maakte voorts den Heer van ’t huis bekent wat ’er gebeurt was.
Het werk van de zaal tot dus veer voltooit, zoo wilde de patroon dat dit vak ook beschildert zoude worden: maar Rafael weygerde zulks te doen, zeggende: dat die omtrek zoo konstig was dat niemant de zelve zoude konnen verbeteren, dat hy de hant daar aan niet wilde leggen, maar dat zulks tot een waardig gedenkstuk van Konst, zoo blyven moest. Gelyk ’t heden nog zoo staat.
Op gelyke wyze wort verhaalt van den Konstschilder Carats, dat hy in de kleene Kerk van St. Gregorius by het Colloze een Altaarstuk had geschildert, en twee van zyne beste Leerlingen, Dominicyn en Guidureni, ook elk een stuk zoude maken, en dat de Paters bedongen hadden dat hy (deze twee stukken voltooit zynde) de laatste hand daar aan leggen moest, ’t welk Carats hun had toe-
Pagina:De Groote Schouburgh Der Nederlantsche Konstschilders En Schilderessen 1719 vol 2.djvu/356
Uiterlijk
Deze pagina is proefgelezen
317
Schilders en Schilderessen.
ge-