Naar inhoud springen

Pagina:De Groote Schouburgh Der Nederlantsche Konstschilders En Schilderessen 1719 vol 2.djvu/358

Uit Wikisource
Deze pagina is proefgelezen
319
Schilders en Schilderessen.

die schets vertoonde) door wangunst gedreven zeide alleen: Dat dat geen werk was voor zoo een man, en daar mee was de voortgang verydelt, en le Ceur van de hand gewezen. Zulke Hovelingen leeren dit van hunne Vorsten, die (naar ’t zeggen van Salustius) alles wat hun dienstig is, en voordeel geven kan, eerlyk agten te wezen. Maar die kwansuis daar noch niet voor gaan willen, of zig daar voor bloot stellen, doen het zelve bedekt.
Dominikyn schilderde te Rome de Historie van den Heiligen Hieronimus voor de Paters van die order om boven ’t groot Autaar van hun Kerk geplaatst te worden: maar deze door Konstbenyders bedektelyk opgestookt, zetten dat Konststuk, als zulk een plaats niet waardig, elders in een hoek weg; niettegenstaande dat de Schilder menigwerf daar om aanhielt dat het mocht geplaatst worden daar elk het zien konde. Dit kwam een der Kardinalen, die byzonder Konstminnende was, ter ooren: Des zond hy een onpartydig Schilder uit zyn naam by de Paters, om het stuk te zien, en de Deugt desselfs t’onderzoeken, die het zelve tot in den hoogsten graat prees; des zig de Kardinaal aan dees verongelyking tot drukking van Dominikyn liet gelegen zyn, en ontbood die kwaadsprekers (onderzocht hebbende wie zy waren) by zich, en dwong de zelve reden te geven waarom zy dit gemelde stuk misprezen hadden.
Als deze dan zich met ernst gedwongen zagen opregt daar ontrent te biechten, beleden zy, dat, by aldien zy dit stuk naar zyn waarde prezen, de maker voor den grootsten Meester in Rome geroemt, en boven hen alle geprezen zou worden.
Zie wat de Nyd en Laster niet al vermag. Na-

der-