dan van ’t geen den winkel aanging. Dus zyn Vader hem hier over met harde bejegeningen te keer ging, en zulk doen strikt verbood. Doch hy, schoon hy zyn Vader in alle andere bevelen gewoon was eerbiedig te gehoorzamen, konde nochtans in dit geval zyne geneigtheid niet bedwingen, maar dezelve groeyde in tegendeel te sterker aan, te meer wyl hy kennis hadde gemaakt met een Glasschilder, dien hy, wanneer hem vryheid van te mogen uitgaan vergund wierd, op zyn winkel ging bezoeken, zoo om hem te zien werken als ook zelfs wat te teekenen. Dit deed de zucht tot de Konst vermeerderen, en de lust tot het geen zyn Meesters winkel aanging verminderen; zulks hem de Patroon eindelyk t’huis zond, zeggende, men zouden best doen dat men van hem een Schilder maakte.
Zyn Vader die zeedig en gemanierd leefde, en Rentmeester dier Stad was, zeide: Daar bewaard my God voor, dat ik myn Zoon tot een Schilder, hoedanige luiden meest alle Ligtemissen zyn, en een ongebonden leven leiden, zoude opvoeden. Dus verbood hy zyn zoon andermaal met goeden ernst, het teekenen geheel naar te laten, met belofte van hem eerstdaags te Amsterdam by een Koopman te bestellen.
Govert Flink, die alzins met arentsoogen werd na gespoord, vond zig nergens vry als op zyn slaapvertrek, en wel dan wanneer die van ’t huisgezin sliepen. Hy kogt voor zyn speelgelt, teikengereedschap en een vuurslag, en teekende gansche nachten naar printen, die hy van gemelden Glasschryver geleent had, tot dat zyn Vader eens in den nacht wakker geworden, eenig licht vernam, opstont, en hem in zyn doen verraste, alles aan flarden scheurde wat hy vond, en hem
Pagina:De Groote Schouburgh Der Nederlantsche Konstschilders En Schilderessen 1719 vol 2.djvu/36
Uiterlijk
Deze pagina is proefgelezen
19
Schilders en Schilderessen.
voorts
B 2