Naar inhoud springen

Pagina:De Groote Schouburgh Der Nederlantsche Konstschilders En Schilderessen 1719 vol 2.djvu/360

Uit Wikisource
Deze pagina is proefgelezen
321
Schilders en Schilderessen.


Le Ceur, een der braafste Konstschilders in zyn tyd te Rome, schilderde het leeven van den Heiligen Bruno, voor de Paters van die order in een Gaandery van hun Klooster. De vervloekte Afgonst, die zulk een fraay konstwerk in haar kwaad gezigt niet dulden konde, nog ongeschonden laten, heeft de schoonste en konstigst geschilderde wezens met heur schenzieke nagels uit gekrabt. Ja wat de verfoeylyke Afgunst uitwerkt als zy zig den toom los geeft, zullen wy in een opmerkelyk voorval den Konstschilder Jan de Baan wedervaren, zien: ’t welk wy van zyne levensbeschryving hebben afgeknepen, om het in deze redenvoering te pas te brengen.
De Baan berucht voor den besten pourtretschilder van Nederlant, en reeds vele Princen, en Vorsten met veel roem hebbende geschildert, werd ook ontboden aan ’t Hof van Frieslant om den Prins en zyn Gemaalin te schilderen. Dit stak byster in ’t oog van hem (wy zullen zyn naam niet melden) die lang als Schilder aan ’t Hof gewoont had. Hy vatte daar over een haat tegens de Baan op, doch deed daar van niet het minste blyken, maar veinsde egter zyn vrint te wezen, ’t geen ook van de Baan, die van een goeden inborst was, gelooft werd, waarom hy hem veel vrintschap bewees; doch deze kropte dien haat op tot dat dezelve eindelyk tot een vervloekt voornemen uitbarste, en toeleg maakte om hem te vermoorden. Hy kwam tot dien einde in den Haag, maar vond geen gelegenheit dit by avond of ontyde te verrichten, aangezien hy altyd met zyn Hont verzelt ging, daar hy zig op vertroude.
Deze moordlustige nam dan voor hem dit on-

II. Deel.
der
X